Manifest voor de ‘De Laatste Gids’

1930

 

Het eeuwfeest van een zeker België, door Frankrijk kunstmatig in het leven geroepen tot onnoemlike imperialistiese doeleinden, kan ons slechts voorwendsel zijn tot ene aanklacht. Het is ons onmogelijk een toestand die ons doet walgen tegen dewelke wij ons altijd met het laatste geweld zullen verzetten enkel door ons stilzwijgend misprijzen te vernielen, ook hebben wij besloten er doelmatiger middelen toe aan te wenden.
Wij dwalen niet over hunne werkelikheid, maar de duitse inval van 1914, de macht van het vlaamse nationalisme, reeds – en weldra zal Belgie van de wereldkaart verdwenen zijn, ’t zal wanneer ene omwenteling van dewelke wij alles verwachten tot ons zal gekomen zijn.
Voor ’t ogenblik varen wij door Vlaanderen en zoeken naar een weinig licht, zonder het te ontmoeten. Overal de vuigste kleinburgerlike deugden, maar nergens het spoor van een ethies beginsel dat aan het leven een aanneembare inhoud zou geven. Die liefde is er onbekend en de drang tot het gevaar van haar, maar de kerk is er het symbool van alle bralle genietingen, tot politieke en litteraire dweperij toe..
.
En waar liefde ontsnapt ontsnapt ook poëzie en de subversieve grootsheid die er in geklonken ligt. Lautréamont Rimbaud, surréalisme? Onbekend… en Sade dan?
Het wordt tijd een weinig werkelikheid aan het vlaamse zijn te brengen, maar onnodig de Augiasstal aan te raken, wij laten gerust die heren litteratoren politekers en kerknechten aan hunne onzindelike dood. Ons is het voldoende de gewijde hosteën te vertrappelen en ons toe te leggen op alchimie, alchimie van woord en lijn, vooral alchimie van zijn. Eeerst nog het bewustzijn van ene revolutionnaire daadkrachtigheid verwekken en dit door het beleven van enkele werkelikheden: het seksuele zijn, de val in de afgrond van het onbewuste om er een nieuw begrip van de mens en van zijn geest te raken. Ook nog de moord en de vrijheid, men zal ons verstaan…
Ons verder bepalen zou ons begrenzen. Wij hebben ons een ogenblik ontmoet, best kan het zijn dat we weldra weer uiteenvaaren, elkeen tot zijn eigen doe; maar het ogenblik is en weldra zal ene getuigenis van ons ontmoeten in Vlaanderen dringen en er de onverwachtste wanorde baren: het verschijnen van een driemaandeliks tijdschrift :

“DE LAATSTE GIDS”

Jespers,  Henri-Floris, ‘De Laatste Gids, ‘We zouden die Gids toch eens tot leven moeten brengen…’ Marc. Eemans, Gaston Burssens en E. du Perron: De Laatste Gids, tijdschrift-in-spe …’ In: ZL. Jaargang 2 (2002-2003), p. 37.

Advertenties
%d bloggers liken dit: