Category Poëzie

Hymnode

La Femme tombe avec ceux qu’elle entraîne, Son corps parfait se cambre sur l’abîme ; La femme tombe avec ceux qu’elle enchaîne, Vers ce néant où le désir s’abîme. Mais elle plane, asservie et divine, Participant de la Terre et de l’Air. Chaque nuage a l’éclat de sa chair Et les contour nacrés de sa […]

Hymnode (III)

1. O mijn heerlijke volgelingen, thans zalig stralend in het morgenrood van de nakende zon, laat er me U allen toe noden aan uw reeds te lange winterslaap te verzaken. 2. O laat U toch in alle eenvoud tot de fijngroene praal van de nieuwe lente bekennen. Ziet hoe de boomgaarden reeds vol witte en […]

La raison la première (René Baert)

“Wij zijn nog niet genezen van het woord.” – Karel van de Woestijne I La même ou le corps absorbe la raison celle de vivre et l’autre et l’autre poésie et l’autre blessée au torse de son propre labeur chaque bête transperce ta main et trépasse en chaleureux mensonges en silences à toi impossibles à […]

Threne d’avant l’aube

Avant de glisser outre-mort, ô toi incoerciblement belle, pourrai-je enfin atteindre au faîte de ta gloire charnelle, là-même où toute récognition s’abreuve à la source des murmures ? Je te rejoins au bout de ces lèvres scellées et déjà les abîmes s’envolent de ces mains que tu devines et qui sont de la légion des […]

Hymnode (II)

1. De leegte is de kwaal van ons gemoed en de toetsteen van onze steeds wankelende broosheid in de droesem van ons leven. 2. De bakens verzet, als de tralies van onze vuznige gekerkerdheid in de grauwte van het zijn en het niet zijn. 3. Doch waarom die doem in ons te bestendigen? Ja, de […]

Hymnode (I)

1. We hebben onze eeuwigheid verloren, o, mijn schare van getrouwen ! We zijn tot het vergankelijke van onszelf verguisd. 2. O, en we dwalen, dwalen in de nacht van onze stilte. IJzig dwalen we in de kilten van de vervloekingen, onze schaduwen achterna. 3. En we zijn als de blinde wolken in de verdorrende […]

Nawereldse Minnezang

I. O thans te zingen in de richting van onze hiernamaalse Vreugde, die Vreugde die niet meer van onze aarde is, noch van de vruchten van onze dromen, doch van de vermenigvuldiging van onze dood… Ach, ik de zanger in ’t empyreum van een wonderbare liefde, een liefde tot ongenaakbaar licht verhemeld, en tot het […]