Verantwoording bij het Boek van Bloemardinne

Men zoeke in het Boek van Bloemardinne geen systematische reconstitutie van hetgeen men in de verdwenen geschriften van Bloemardinne zou hebben kunnen vinden, noch van zekere hermetische of ketterse betrachtingen uit het fel bewogen geestelijk leven der Middeleeuwen, doch wel als het ware “contrapunctische” variaties op mystisch-pantheïstische thema’s. Hierbij werd dan een gestadige en louter poëtische verwerking aangewend van zeer uiteenlopende en soms tegenstrijdige tradities en esoterische leerstelsels. Enkele bladzijden stammen rechtstreeks uit de Schrift of uit de werken van streng orthodoxe mystici, andere zijn de weerklank van oude neo-platonische werddbeschouwingen of van zeer hermetische geschriften, terwijl men elders nog de duidelijke sporen van de jongste metaphysische stromingen van onze tijd zal terugvinden. Hier en daar uit men eveneens de stem van Nietzsches Zarathustra, in zeer gedempte echo, horen weerklinken…

Alles tezamen genomen, dient het Boek van Bloemardinne verstaan te worden als een hartstochtelijke, soms rhetoricaal-hyperbolische belijdenis van het zielewee van de moderne mens op de moeilijke wegen die naar het nooit bereikte en niet bereikbare Absolutum leiden. Het Boek van Bloemardinne is dan ook te beschouwen als een nieuwe getuigenis van de eeuwige, hoogste geestelijke betrachtingen die nooit verzadigde scheppingsdrang van de Godzoekende en -schouwende ziel.

Door de geestelijke stof waarvan het doordrenkt is en de talrijke reminiscenties, behoort het Boek van Bloemardinne misschien wel tot een voor immer verdwenen verleden, maar door zijn moderne gestalte-geving stijl het echter te midden van de metafysisch-poëtische branding van onze tijd. Dit boek kon slechts door een mens uit de 20e eeuw geschreven worden. Het is én een noodkreet, in een hymne, waarvan het eeuwig-onrustige in de menselijke ziel de oergrond is. Zo worde dit boek gelezen en begrepen.

Adelaarsburcht Eze, 21 October 1953.

Eemans, M. (1954). Het boek van Bloemardinne: Carmina nefanda. Lier: Colibrant, 137-138

Advertenties
%d bloggers liken dit: