Marc. Eemans over E.L.T. Mesens (transcriptie)

Transcriptie van Marc. Eemans’ commentaar bij de laatste tentoonstelling van E.L.T. Mesens in 1971, gehouden in de galerie Isy Brachot te Brussel, http://www.youtube.com/watch?v=K5aHLnqvT-A

Ik denk dat Mesens vooral een ludische mens is. Dat reflecteert zich in al zijn werken. Zoals u zei, er is niets aggresiefs in en indien hij een ludische mens is denk ik dat hij altijd een zeer gelukkig leven gehad heeft vanaf zijn prille jeugd. Ik weet dat toen hij nog een jongetje was dat hij generaal wilde worden zoals zijn oom, de generaal Mesens, want die had een groot bed, dan zou hij ook een groot bed gehad hebben. Dan van toen hij veertien, vijftien jaar was ging hij regelmatig naar de schouwburg hier te Brussel en ik weet dat dat hij gedurende eerste wereldoorlog een trouw bezoeker was van de Alhambra-schouwburg (1) en dat we eens een kleine twist gehad hebben om te weten wat onze vriend Geert Van den Bruane daar speelde. Ik als jongere knaap mocht alleen naar de lustige stukken gaan kijken met mijn moeder, maar hij ging ook naar de treurspelen zien, zodat hij beweerde dat Van den Bruane alleen Shakespeare speelde en ik beweerde dat het de Zwansbaron (2) was. Achteraf is hij in zijn rijpere jaren steeds een zeer trouwe bezoeker geweest van de Folies Bergère (3) hier te Brussel. Hij is daar zelf eens aan de deur gezet geweest, omdat hij teveel actrices verstrooid heeft die op scène waren, want hij zat steeds in een eerste loge.

En alhoewel hij een wereldburger geworden is – u weet misschien dat hij sedert ’37 in Londen woont – is hij steeds verknocht geweest aan dat oude Brussel. En als hij hier te Brussel is, samen gaan we nog steeds in kleine, oude cafeetjes. Hij de rijke meneer verfoeit de echte bourgeoiszaken. Hij is altijd anti-bourgeois. En indien hij – zoals hij zegt – een sentimentele anarchist is, is hij vooral sentimenteel aangelegd. Ik weet dat hij regelmatig weent over allerlei zaken in verband met zijn jeugd. Hij zegt, ‘ja, waar is de goede oude tijd’ enz. En dat vindt men terug in al zijn schilderijen. Ja, ik noem dat schilderijen, zijn collages. Want hij is vooral prachtig aangelegd wat betreft de kleurenharmonie. Hij die nooit schilder geweest is, voelt en ziet de schilderkunst aan. Het is voldoende om van al de werken hier te zien, om vast te stellen dat hij een prachtig coloriet bezit. En dat coloriet is natuurlijk geen somber coloriet, maar kleurig met bleekblauw, met fijn groen, met mooi rood en roze, en wat weet ik nog meer.

Alles voor hem is ludisch. Het is ook voldoende om in zijn collages altijd de titeltjes te zien die vol humor zitten. Wat in het Frans … wat ik zou noemen coq-à-l’âne (4). Hij noemt dat coq-à-l’âme – niet ezel maar ziel. Het is een kunst waar veel ziel in zit. Natuurlijk geen dramatische ziel, maar een ziel van een man die met zijn medemensen meeleeft. Die altijd van prachtige zaken houdt. Die steeds in een wereld leeft waar alles – hoe zou ik dat zeggen – fijnzinnig is. Want hij is eerst en vooral een fijn mens. Een mens die veel van allerlei – laat ons zeggen – oppervlakkige maar toch zeer mooie zaken houdt. Zoals ik gezegd heb : metafysiek is er voor hem niet te zoeken, tenzij de metafysiek van de ludische mens.

(1) http://nl.wikipedia.org/wiki/Alhambra_(theater)
(2) Operette. Eemans : “Op 16-Jarige leeftijd werkte ik reeds mee aan een avant-gardeblad dat “Sept Art” heette. Medewerkers waren o.m. de dichter Pierre Bourgeois, de dichter-schilder-tekenaar Pierre Louis Foucquet, de architect Victor Bourgeois. Maar erg lang ben ik niet abstract gebleven. Het was té gemakkelijk. Vervolgens kwam er een toneelspeler in m’n leven, Geert van Bruane. Ik leerde hem reeds vroeger kennen en hij liet diepe sporen in mijn verbeelding achter als de “zwansbaron”.” (https://marceemans.wordpress.com/2013/02/11/1115/). “A seize ans, je collaborais à une feuille d’avant-garde intitulée Sept Arts. Parmi les autres collaborateurs, il y avait le poète Pierre Bourgeois,le poète, peintre et dessinateur Pierre-Louis Flouquet, l’architecte Victor Bourgeois etmon futur beau-frère Paul Werrie. Mais l’abstrait ne m’attira pas longtemps…. C’estalors qu’un ancien acteur entra dans ma vie: Geert van Bruaene. Je l’avais déjà rencontré au paravant et il avait laissé des traces profondes dans mon imagination: il ytenait le rôle du zwansbaron, du “Baron-Vadrouille”.” (https://marceemans.wordpress.com/2011/01/25/entretien-avec-marc-eemans-le-dernier-des-surrealistes-de-lecole-dandre-breton)
(3) http://nl.wikipedia.org/wiki/Folies_Bergère_(Brussel)
(4) Fr. gedachtensprong, onsamenhangend gepraat (verg. Ned. ‘van de os op de ezel springen’). Satirische dichtsoort, geschreven in een losse, incoherente vorm en vaak fantaisistisch van inhoud. Het genre werd vooral beoefend in de 16de eeuw in navolging van enkele beruchte coq-à-l’âne-gedichten van Clément Marot. Algemeen letterkundig lexicon, http://www.dbnl.org/tekst/dela012alge01_01/dela012alge01_01_03538.php.

Advertenties
%d bloggers liken dit: