Marc. Eemans over abstracte kunst (transcriptie)

Transcriptie van Marc. Eemans’ bijdrage aan het debat over abstracte kunst gehouden op 15 november 1960 in het Hessenhuis te Antwerpen. In een uitzending van ‘Mensen en beelden’, https://www.youtube.com/watch?v=A5v0GTW6GAI

Toen ik een jonge knaap was van ongeveer 16 jaar had ik geluisterd naar al de mooie theorieën die verkondigd waren door de aanhangers van de niet-figuratieve kunst die men toen nog de “Zuivere Beelding” noemde, en ik ben beginnen te schilderen met vierkantjes, driehoekjes, cirkeltjes en wat meer nog – dit alles met zeer mooie óf misschien geen mooie kleuren.

En ik heb dat gedurende een paar jaar gedaan en toen is mij een groot ongeluk overvallen : ik heb namelijk mijn eerste kalverliefde ontdekt. En ja, hoe kon ik mijn meisje verheerlijken met al die vierkantjes en die driehoekjes. Ja, en toen ben ik figuratief geworden om haar portret te maken.

Ik was toen ook een grote bewonderaar van de Derde Internationale, van de Russische revolutie en van Lenin. Ik heb toen ook de behoefte gevoeld om een portret te maken van Lenin. Ja, dat kon ik ook niet met driehoekjes en vierkantjes. En ik heb toen een portret gemaakt van Lenin op een zeer figuratieve manier – misschien een beetje modernistisch gezien, maar toch.
Dat is allemaal een beetje schematisch verteld, een beetje dom verteld, maar het was toch ongeveer zo. En toen heb ik een grote ontdekking gedaan, en die ontdekking was het surrealisme. Het was voor mij een bevrijding… een totale bevrijding uit het slop van de niet-figuratieve kunst.
Voor mij is de niet-figuratieve kunst een verarming van het uitbeeldingsvermogen. Het is als een toevluchtsoord voor de mensen die geen weg weten met de werkelijkheid.

En ik zal u dat willen bewijzen met enkele mooie plaatjes. Het eerste is een plaatje van Piet Mondriaan. Een figuratief plaatje van Piet Mondriaan dat u een kerk toont van Zoutelande. Zoals u kunt zien, het is een tamelijk banaal, laat ons zeggen, neo-impressionistisch doekje. Die man heeft zo enige tijd geschilderd op een zeer banale manier en dan is hij gekomen, na ik weet niet welk ontwikkelingsproces, tot de Stijl-schilderijen met vierkantjes. En die man heeft met een échte calvinistische droogstoppelsvolharding gedurende veertig jaar vierkantjes geschilderd. Nochtans het is zo, dat één van zijn laatste werken, de (Victory) Boogie Woogie, dat is iets wat ik gemaakt heb op de Fröbelschool met matjes maken. En dat was even mooi.

Nu laat ons verder gaan met andere werken. Figuratief werk van Kandinsky, dat is ook tamelijk banaal. Hier ziet u voor het ogenblik een renpaard van Kandinsky. Het is mooi, ja. Dan hebt u een ander werk in zijn fauvistische stijl, dat is ook tamelijk banaal. Het is niet slechter dan een ander modernistisch figuratief werk. En toen is die man beginnen abstract te schilderen. Ik moet zeggen dat ik van zijn abstracte schilderijen houd.
Maar ik wil u een klein citaatje halen uit zijn boek “Über das geistige in der Kunst”. Ik heb vertaald uit een Franse versie, en dat luidt zo, dat citaat : “Elk woord dat men uitspreekt, boom, hemel, mens veroorzaakt een innerlijke trilling en aldus gaat het eveneens met elk voorwerp dat in beeld gebracht wordt. Aan de middelen verzaken die deze trilling kunnen teweegbrengen, komt neer op een verarming van onze uitdrukkingsmiddelen.”
Dat staat in de Franse versie, onlangs uitgegeven te Parijs, op bladzijde 54.

Ja, u zult zeggen dat is geen bewijs…

Laat ons nu eventjes gaan naar het Tachisme.
U weet, het Tachisme is eerst een spel geweest voor de zeer ernstige Max Ernst. Hij heeft het niet uit ernst gedaan zijn Tachisme. Hij heeft potjes verf gebruikt, hij heeft daamee gespeeld. En de jonge Amerikaanse schilders die toen zeer, zeer banaal schilderden. Bijvoorbeeld een meneer Pollock, die heeft een zeer figuratieve periode achter zich. Die heeft zeer banaal geschilderd als figuratief schilder en hij heeft iedereen een beetje nageaapt, onder meer Picasso. En dat is voor hem de ezelsbrug geweest naar de genialiteit.
Hier ziet u enkele werken zoals door hem geschilderd worden met veel action-painting enzovoort

U zult nu zeggen wat is nu voor u de kunst?
Voor mij is de kunst een zeer ingewikkeld iets… Het is een zeer ingewikkeld iets waar alles… waar heel de mens bij betrokken wordt… zijn zielsleven… zijn innerlijk leven… En ja, wat moet hij daar mee aanvangen, als hij alleen maar beschikt over loutere abstracte, niet-figuratieve elementen? Wat doet hij met zijn droomwereld, wat doet hij met zijn onbewuste? Hoe gaat hij zijn symbolen van het onbewuste leven, zijn archetypen, te voorschijn brengen met behulp van die arme zaken die hem nog ter beschikking staan?
Het is een werkelijke verarming. Wel, u zult zeggen maar de niet-figuratieve kunst is ook een verrijking geworden. Het is een verrijking : het toont ons de microscopische wereld, de macrokosmos, de microcosmos, enz. enz.
Ik blijf erbij het is een verarming. De uitdrukkingsmogelijkheden zijn tot het minimum herleid geweest.

Als u wilt zullen we het daar bij houden. Ten minste wat mij met stelling betreft.

Advertenties
%d bloggers liken dit: