Het Nederlandsche volksboek

Wie het diepste leven van een volk wil leeren kennen, zal niet alleen de uitingen van dit leven moeten beschouwen op de geestelijke hoogtepunten, maar het ook trachten te benaderen langs de meer bescheiden wegen, die hem, door de zeden en gewoonten van het volk heen, tot de natuurlijke uitingen der “volksziel” zullen leiden.

In de volksletterkunde b.v. zal hij datgene vinden, wat er aan de oppervlakte dezer ziel te voorschijn komt en dan een helder licht werpt en op haar weelde èn op haar tekort­komingen. Deze volksletterkunde, onder den vorm van het volksboek tot ons gekomen, is totaal uit het volk gegroeid en naar zijn die­peren aard gevormd om tot het volk terug te gaan en er één mede te zijn.

De volksboeken hebben den mensch in de branding van het bovennatuurlijke geplaatst en hem meegerukt in de sfeer der magie, der tooverkunst; maar het heeft hem ook in gezelschap van de helden en heiligen gevoerd om hem aldus tot de schittering en de hoofsch­heid van een wonderbare, alhoewel soms al te brutale wereldbeschouwing op te leiden. Steeds blijft de pittige volkswijsbeid, met haar humor en haar gulle boert, er echter de ge­zonde gebondenheid aan de aardsche vreug­den bijhouden; want nooit is her volksboek in her dorre manierisme kamen verzanden, noch in de mooidoenerij der literatuur.

Indien talrijke volksboeken beroep hebben gedaan op de verbeelding om ons volksche versies te geven van de oude ridderromans of van de hagiographische literatuur, hebben niet minder talrijke boeken een louter didactische rol gespeeld, om te beginnen met het eenvoudige abecedarium, of “Kruisken A.B.C.” en het rekenboek of “Die Maniere om te leeren cyffren”, tot de meest ingewikkelde tractaten van de devotie of de volksgeneeskunde toe, zonder de kookhoeken, de hoveniersboeken, de onderrichtingen tot den koophandel” of de thans nog zoo populaire almanakken te vergeten.

Door de eeuwen heen is het volksboek zoo doende als de hechtste bewaarder der volk­sche overleveringen opgetreden. Het heeft niet alleen het ingeboren heimwee van den volksmensch naar een schooner en beter leven weten te handhaven, maar het is ook als een leerschool van levenswijsheid en volksche filosofie” geworden.

Door de eeuwen heen, en niettegenstaande de toenemende verbastering van de moderne were1d, is het tot een monument ter verheerlijking van het volksche uitgegroeid.

Helaas, het eeuwenoude volksboek is thans aan de handen van het volk ontvallen. Het is verdrongen geweest doof den slijmerigen ro­man, de bioscoop en de sport, zoodat het oude volksboek thans niet veel meer is dan een volkskundig curiosum. dat slechts de aandacht weet te wekken van hen die zich verdiepen in de studie der oude gebruiken van het volk.

Terwijl het voor enkelen steeds een der zui­verste parelen blijft uit de schatkamer van het verleden – het verleden, waaruit zij kracht en bezieling putten om de toekomst van het volk op te bouwen – is het voor de breede volks­lagen nog slechts een doode, ongenietbare letter geworden, hetgeen niet belet heeft dat enkele onzer beste letterkundigen, zoals een Stijn Streuvels, een Felix Timmermans of een Herman Teirlinck ons zeer geslaagde en graag gelezen moderne bewerkingen hebben gegeven van de meest populaire onzer oude volksromans.

We zullen hier thans in enkele breede trekken de geschiedenis schetsen van het Vlaamsche, of beter van het Nederlandsche volksboek, want gedurende eeuwen zijn deze volksboeken zoowel in Noord- als in Zuid-Nederland, al hoewel dan toch overwegend in Vlaamsche, steden, gedrukt geweest.

Het eerste wat we hier dan zullen vaststellen of’ is, dat onze lage landen bij de zee, dank zij den voorspoed der Nederlanden aan bet eind van de middeleeuwen, als de wieg van het gedrukte volksboek kunnen beschouwd worden, alhoewel de eerste volksboeken ons dan toch uit den vreemde zijn gekomen. Maar vóór het einde nog van de XVde eeuw zijn 4e Nederlandsche wiegedrukken van de volkslite­ratuur zoo talrijk, dat onze gewesten waarlijk als de echte bakermat van het volksboek moe­ten beschouwd worden.

Trouwens, in onze gewesten werden niet al­leen van in den beginne af volksboeken in het Nederlandsch gedrukt, maar ook talrijke Fran­sche, Engelsche en Spaansche versies, die naar de naburige landen geëxporteerd, aldaar de faam van de Nederlandsehe drukkers ook anders dan door wetenschappelijke uitgaven wisten te bevestigen.

Het oudst-bekende Nederlandsehe volksboek, de “Schoone Historie sprekende van een vrouwen gheheeten Meluzine”, dat in 1491 te Antwerpen bij Geeraert Leeu verscheen, is tevens een der mooiste wiegedrukken die ons bewaard zijn gebleven. Het is een echt meester­ stuk van Gothische typographie, waarvan de illustratie,’ zoowel als·. de zware letter waarin het bock gezet is, voor de technische vaardig­heid van Geeraert Leeu en zijn gezellen ge­tuigen.

Al de volksboeken uit dit tijdperk worden trouwens beschouwd als wonderen van hoek­drukkunst, die gerust de vergelijking kunnen doorstaan met de prachtigste wiegedrukken uit binnen- of buitenland. Hierbij reproduceeren wij dan ook enkele bladzijden, ontleend aan zekere dezer oudste drukken o.a. aan “Den Droefliken Strijt van Roneevale”, “Ulen­spieghel”, “Die Historie van Bucvijne van Austoen”, “De Vrome Ridder Parijs en de Schoone Vienna”, “Koninc Karel ende Elegast”, enz.

Een eeuw lang weten onze drukkers de degelijkheid en sierlijkheid van het volksboek te handhaven, doch naar gelang het meer en meer in zwang komt en naar gelang de uitgaven talrijker worden, verliezen deze boeken, helaas, zoowel aan geestelijk als aan esthetisch gehalte. Reeds in het begin van de VXIIde eeuw is de inzinking geheel voltrokken. De letterkundige waarde van de jongste drukken is niet alleen verwaarloosd, maar ook de meest krasse en schunnige details zijn langs alle kanten in den tekst binnengeslopen, met een overvloed van moordpartijen, vrouwen-verkrachtingen, eedverbrekingen en allerlei andere inbreuken tegen de goede zeden. Het is dan ook niet te verwonderen dat de geestelijke overheid tegen deze toenemende immoraliteit heeft ingegrepen. Deze censuur begon te Antwerpen in 1621 overeenkomstig de verordeningen van het Concilie van Trente en de placaten van de Aartshertogen Albrecht en Isabella. De bisschop Malderus belastte Max van Eynatten, kanunnik der Q.L. Vrouwekerk te Antwerpen, met deze censuur, waarvan de resultaten ons bewaard gebleven zijn, dank zij een druksel te Antwerpen verschenen in 1621, bij Hendrick Aertssens, “in de Cammerstrate, in de witte Lelie”. Om de gecensureerde boeken weer op de markt te mogen brengen, lieten de uitgevers ze zoo willekeurig herzien, dat vele onder hen onherkenbaar werden gemaakt, terwijl de andere zoodanig “verkwezeld” werden dat al het pittige van den inhoud er bij verloren ging.

Een twintigtal jaren later, op 10 Februari 1642 zien wij het Antwerpsch Magistraat op zijn beurt optreden om den verkoop der volksboeken en vooral der schoolboeken te regelen.

De “Taxatie oft priisen vande Ghemeyne Scbool-boecken” zou den verkoopprijs der boeken volgens het aantal bedrukte bladen bepalen, zoodat een boek van 4 bladen voortaan 2 stuyvers zou kosten, een boek van 6 tot 7 bladen 3 stuyvers en een boek van 9 tot 10 bladen 4 stuyvers. Deze verordening verplichtte eveneens de drukkers er toe, hun boeken in leesbare letters te zetten en ze voortaan te drukken op papier van betere kwaliteit.

‘Dit ingrijpen van de overheid kon echter de verdere inzinking van het volksboek niet verhinderen. Het uitgeversbedrijf zou weldra in het slameur van ontelbare, slecht verzorgde

herdrukken ten gronde gaan. Het papier waarop deze herdrukken vervaardigd werden was hoe langer hoe slechter geworden. Hun tekst was zonder zorg gezet, zodat hij krioelde van de schandelijkste drukfouten, die van uitgave tot uitgave overgenomen werden, ja zelfs vermenigvuldigd; bladzijden, soms hele kapittels, vie1en weg, terwijl illustraties, dikwijls zonder het minste verband met den tekst, van het eene naar het andere boek overgingen en, eenmaal versleten, niet meer vervangen werden.

De steeds toenemende sociale wanorde der XVIIlde eeuw zou aan het volksboek verder een fatalen slag toebrengen. Zakelijk beschouwd, bleef het uitgeversbedrijf nochtans een zeer winstgevende onderneming. Zoo weten wij b.v. dat de firma B. Poelman te Gent, tusschen 1786 en 1797, dus gedurende de hache1ijkste jaren van het einde der XVIIIe eeuw, 31.000 exemplaren uitgaf van Het dobbel kabinet der Christelijke wijsheid; 25.000 van Die schoone historie van Joseph; 24.000 van het Leven van Maria; 23.000 van den Dobbelen zielentroost; 22.000 van Die schoone historie van Julius Caesar en 20.000. van Het leben van ons Heere Jesu Christi, enz.

Tot de laatste uitgevers van Nederlandsche volksboeken behooren B. Koene te Amsterdam, de firma Wed. P. de Lange, te Deventer, Leander van Paeme1, die in 1846 te Gent overleed, en de firma Snoeck-Ducajou, te Gent, die thans nog een fonds van volksboeken bezit en onlangs een moderne bewerking van Griseldis heeft gepubliceerd, echter niet in een volksuitgave.

Toen de Germanisten uit de romantische periode, onder wie de Duitscher Joseph Görres en de Nederlander L. Ph. C. van den Bergh vooral dienen genoemd te worden, het volksboek gingen bestudeeren, kon het echter reeds als een curiosum uit vervlogen tijden beschouwd worden. Sedert hun eerste opsporingen op dit gebied is de studie van het volksboek een der rijkste onderdee1en geworden van de volkskunde en geleerden, zooals een Dr. G. J. Boekenoogen 10 Nederland en een Emile H. van Heurck in V1aanderen, hebben zich bijzonder verdienstelijk gemaakt met deze studie.

Als volkskundig materiaal heeft het volksboek ons uiterst belangrijke inlichtingen gebracht omtrent den aard en de gewoonten van onze voorouders. Dank zij deze volksliteratuur, heeft de volkskunde de geestelijke waarden der volkspsyche kunnen doorgronden. Dank zij de didactische volksboeken heeft de volkskunde heel wat bijzonderheden kunnen nasporen betreffende de geplogenheden en kennissen onzer voorzaten o.a. op het gebied der volkgeneeskunde, der volksweerkunde of der tooverij. Dank zij zekere volksboeken hebben we insgelijks een naderen kijk op de wellevendheid in de vroegere eeuwen of ook nog ‘over de kookkunst in de XVIde en XVIIde eeuw, zonder natuurlijk te spreken van de onderrichtingen in de devotie van elken dag of de practische wenken verwerkt in de oude almanakken.

Beter nog dan uit de veelvuldige gebruiksvoorwerpen in onze volkskundige musea opgeborgen, kunnen we ons uit den rijken schat der oude volksboeken een juist beeld ophangen van hetgeen het leven onzer voorouders mag geweest zijn, daarom alleen reeds is de studie van het volksboek een der·belangrijkste onderdeelen van de volkskunde geworden.

Maar de studie van het volksboek van de oude volksromans althans, is ook een rijk bronnenmateriaal voor de vergelijkende literatuurgeschiedenis, alsmede een genot voor hen, die nog oude verhalen als de historie van Karel ende Elegast, Floris ende Blancefleur of die van de Soedaens dochter e.a. naar waarde weten te schatten.

MARC. EEMANS,

Brussel.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: