Herman Wirth en de Indo-Europese voorgeschiedenis
Geplaatst op: juli 6, 2011 Gearchiveerd onder: artikelen | Tags: Herman Wirth Laat een reactie achter »Toen het Derde Rijk ineengestort was hebben heel wat gezellen van het eerste uur gepoogd zich – met min of meer sukses – als slachtoffers van het nationaal-socialisme voor te doen. Anderzijds had de regelrechte nazi-jacht die de overwinnaars ontketenden tot gevolg dat een aantal persoonlijkheden die tot de konservatieve revolutie behoorden en vanaf het begin duidelijk afstand hadden genomen van Hitler, toch werden verdacht, vervolgd en soms zelfs gedood.
Dat was onder meer het geval met de jurist Carl Schmitt, de schrijvers Ernst en Georg Jünger en Ernst von Salomon, de wijsgeren Martin Heidegger en Hermann von Keyserling, Rudolf von Sebottendorf, een der meest eminente leden der Thule-Gesellschaft, of nog de geleerden Friedrich Hielscher en Herman Wirth.
Lees de rest van dit artikel »
Martin Heidegger en de traditie van het westers denken
Geplaatst op: juli 5, 2011 Gearchiveerd onder: artikelen | Tags: conservatieve revolutie, existentialisme, Julius Evola, Marc Eemans, Martin Heidegger Laat een reactie achter »
Zoals veel andere traditionele denkers uit het Westen, en hoewel hij graag verwijst naar een “hyperboreïsche” (Noordse) kijk op de “primordiale Traditie”, meent Julius Evola toch dat “het licht uit het Oosten komt: “ex Oriente lux”, daarbij menend dat de resten van deze traditie het best bewaard bleven in de Vedas en in de Avesta. Volgens hem – trouwens ook volgens veel andere traditionalistische denkers – begint de neergang van onze wereld zowat 7 of 8 eeuwen vóór onze tijdrekening, zodat we sindsdien leven in de cyklus van de “Kali-yuga” of ijzeren tijdperk, en dat àlles van langsom slechter gaat, terwijl alles wat onze Westerse beschaving kenmerkt slechts een gevolg van deze dekadentie is.
Door tenvolle bewust te worden van deze dekadentie wordt de “traditionele” mens ertoe geleid de problemen van onze tijd bewust tegemoet te treden en met kracht het onsamenhangende en nihilistische van onze wereld aan te klagen.
Vele van Evola’s geschriften behandelen dit onderwerp, zowel zijn hoofdwerk “Rivolta contra il mondo moderno” als twee bescheidener boeken “Gli uomini e le rovine”, en “Cavalcare la tigre”.
In dit laatste werk, waarin hij ondermeer diverse facetten van het Europese nihilisme behandelt, valt Evola ook het “aktief nihilisme” van Nietzsche aan en wijst ook – ons inziens op àl te oppervlakkige en onkorrekte wijze – “de impasse van het existentialisme” aan, tot wiens “ineenstorting” hij besluit.
Laten we het aan Evola over, de ongetwijfeld dekadente en onophoudelijk “gauchistische” ideeën van een Jean-Paul Sartre af te kraken, maar we verzetten ons tegen zijn bewering als zou de filosofie van een der grootste wijsgeren dezer eeuw, Martin Heidegger, dekadent zijn en niet traditionalistisch.
Lees de rest van dit artikel »
Interview met R. Steuckers
Geplaatst op: juni 5, 2011 Gearchiveerd onder: interview | Tags: Centro Studi Evoliani, Hermès, Julius Evola, Marc Eemans, Robert Steuckers Laat een reactie achter » Entretien avec Robert Steuckers sur la réception de l’œuvre de Julius Evola en Belgique Propos recueillis par Denis Ilmas
Q. : Monsieur Steuckers, comment avez-vous découvert Julius Evola ? Quand en avez-vous entendu parler pour la première fois ?
RS : Dans la Librairie Devisscher, au coin de la rue Franz Merjay et de la Chaussée de Waterloo, dans le quartier « Ma Campagne », à cheval sur Saint-Gilles et Ixelles. « Frédéric Beerens », un camarade d’école, un an plus âgé que moi, avait découvert « Les hommes au milieu des ruines » dans cette librairie, l’avait lu, et m’en avait parlé tandis que nous faisions la queue pour commander d’autres ouvrages ou quelques manuels scolaires. Ce fut la toute première fois que j’entendis prononcer le nom d’Evola. J’avais dix-sept ans. Nous étions en septembre 1973 et nous étions tout juste revenus d’un voyage scolaire en Grèce. Pour Noël, le Comte Guillaume de Hemricourt de Grünne, le patron de mon père, m’offrait toujours un cadeau didactique : cette année-là, pour la première fois, j’ai pu aller moi-même acheter les livres que je désirais, muni de mon petit budget. Je me suis rendu en un endroit qui, malheureusement, n’existe plus à Bruxelles, la grande librairie Corman, et je me suis choisi trois livres : « L’Etat universel » d’Ernst Jünger, « Un poète et le monde » de Gottfried Benn et « Révolte contre le monde moderne » de Julius Evola. L’année 1973 fut, rappelons-le, une année charnière en ce qui concerne la réception de l’œuvre d’Evola en Italie et en Flandre : tour à tour Adriano Romualdi, disciple italien d’Evola et bon connaisseur de la « révolution conservatrice » allemande grâce à sa maîtrise de la langue de Goethe, décéda dans un accident d’auto, tout comme le correspondant flamand de Renato del Ponte et l’animateur d’un « Centro Studi Evoliani » en Flandre, Jef Vercauteren. Je n’ai forcément jamais connu Jef Vercauteren et, là, il y a eu une rupture de lien, fort déplorable, entre les matrices italiennes de la mouvance évolienne et leurs antennes présentes dans les anciens Pays-Bas autrichiens.
Lees de rest van dit artikel »
Nawereldse Minnezang
Geplaatst op: maart 9, 2011 Gearchiveerd onder: poëzie Laat een reactie achter »I.
O thans te zingen in de richting van onze hiernamaalse Vreugde, die Vreugde die niet meer van onze aarde is, noch van de vruchten van onze dromen, doch van de vermenigvuldiging van onze dood…
Ach, ik de zanger in ‘t empyreum van een wonderbare liefde, een liefde tot ongenaakbaar licht verhemeld, en tot het eeuwige in mezelf…
De zang van ‘t weelderig liefdebedrijf mijner ziel met de ziel van de geliefde, en de trillende boog van die liefde boven de zonnige Vreugde van onze liefdespelen in God…
Het rijk van die zang boven de begeerten van alle muziek, en in d’onsterfelijkheid van onze bestendige Vreugde, o de zachte heerlijkheid van die ontaarding in gebed…
II.
Liefste, o jongste Bruid op de bruiloft des Geestes ! ‘k Juich je in stilte toe, boven de triomf van al hetgeen ons zo driest op aarde blijft scheiden…
Hier de mythische ring van onze ening in de ons beiden omvademende godheid des Geestes en het heillied van onze tochten over de weeldeoorden onzer diepste warmte…
Liefste, o heerlijke Bruid over de zeeën van mijn liefde uitgespreid, en met de wazigste wolken van mijn strelingen geloofd, hymnisch bemin ik je…
En ‘k glimlach tot jou met het stralend gelaat van de bloemen, en ook met de lippen der kwelende sprookjesengelen in Minne…
III.
Die Minne, o heerlijke Bruid, is van de gaven der Godheid in ons, en van onze goede Vreugde in de ruisende schoot van de Almoeder-ons…
Weet je het nog, o allerliefste druivenrank in de bedwelmende wijngaard van onze wiegende Almoeder…
Zeg weet je het nog, o mijn Liefde boven de paring van de mensen, dat we eens tot lijden om elkaar werden geroepen…
Doch staan we thans reeds niet veel verder dan het lijden: aan gene zijde van het menszijn, en thans reeds te midden van louterende Minne…
IV
Mijn minnespel met jou, jij Bruid van Licht en Dauw, ach, het dansend Spel in het ijle van ons niets, en toch iets…
Zeg, Liefste, reik me de hand ter duizelingwekkende vaart door het niets, en Opdat je me zou gedenken in de bonzende stilte van je bloeiend hart…
Opdat je me zou gedenken, ik je gekerkerde dweper in de roes van alle vereenzaming, en in Godes hangende tuin verdwaald…
Zeg, weet je nog die zomeravond van zachte bekoring, toen de kastanjelaren reeds lang waren uitgebloeid en ik je over je hele lichaam heb gezoend…
V
Liefste, jij Bruid van het minnespel in het Rijk van onze eeuwigheid, en de kroon van deze stille traan ter wille van het wee dat uit verzaking opwelt…
Muziek hoor ik thans om je donker haar, muziek die uit je lichaam opwelt en tot het zuchten van mijn gedachten tot jou opgaat…
En ‘k hoor die muziek die me van ‘t onzichtbaar zaad prevelt, van het zaad dat voor de oogst van onze oneindigheid werd gezaaid…
O de verrukkende opstanding van dit zaad ter inspraak van al wat jouw bekoring in het Rijk van onze eeuwigheid gedijt…
VI
De poolster, en ook het zuiderkruis, stil, boven onze liefde ter duiding van onze innerlijke zee en ter begeleiding van ‘n veelstemmig lied, een lied zonder eind…
‘k Pluk thans de verre gaven van alle waanaromen, en ‘k bedwelm me met de vergeefse rust van ‘t onmogelijk aanzijn in je ogen…
‘k Zoek je te noemen met andere woorden dan die van de wereld, en met zachte geluiden als van de nooit moeë hemel in ‘t geluk van je eigen liefdewensen…
En in die na-wereldse zang van versterving Boem ik je met de woorden des Geestes, en prevel ik heel stil en zacht : “o jij, mijn Minnegeheim in Vreugde…”
VII
Ach, Liefste, kon je Vreugde maar van geluk stralen in de woonst van jouw Minne, ach kan ik je maar naar de Bruidegom van jouw wereld leiden…
‘k Zou je op de vleugelen van mijn liefde dragen, en ‘k zou je nog mooier dan met de maagdelijke bruidsluier van deze aarde tooien…
‘k Zou je nog inniger bezingen… met al de toverwoorden van mijn hymnische kunst, en met de mythos van een nieuwe Orpheus…
Je weet, die Orpheus van over de bergen, met het licht van de Bruid in de stralende armen, triomfantelijk-verheven, ach…
VIII
‘k Heb je steeds gegood en je tussen je zusteren de sterren geplaatst. Daarom, o Liefste, beschaam me niet in mijn orphisch gedweep…
Laat het aan d’anderen over, aan de verguizers van al hetgeen nog van grootsheid in het menselijk tekort kan ]even, om me te bespotten in mijn zang…
Laat het aan d’aanbidders van de al te broeierige geneugten over mijn onaardse lied van verzaking aan de kleur van hun zwaddertaal te toetsen…
Laat het hun over me in hun laksheid te honen en mijn zwanenzang met het zwart misprijzen van hun goddeloosheid dood te verven…
IX
Ach, Liefste, van de sterrenhemel uit waar je thans in mijn hart leeft, speel toch met mij het lichtende Spel van alle verheerlijkingen mee…
En tracht voor eeuwig, in mijn ogen, als de Maagd van alle Bruiloften met het koraal der hoogste vreugden boven mijn liefde te leven…
Ja, ‘n glimlach van je trouw in Vreugde is voldoende opdat ik voor jou eeuwig in de blakerende Tuin des Heren zou blijven bloeien…
Daarom, o Liefste, gun me in dit lied van zo hoofse minne dat ik me heel en al in het sacrale Spel van jouw Liefde zou inleven…
X
‘k Berust thans in en om je leven, o zo rein… en met de diafane tekening van je ziel voor mijn nog immer door je zon verblinde ogen…
En ‘k voel je eveneens in en om mij 1even, als ‘n bestendige aanwezigheid in poësis die ‘k boven mezelf in heerlijkheid draag …
‘n Echte vita nuova is uit de heerlijkheid in poësis opgeklaard, zodal we thans, wij ruisend-ranke riet, tot ‘n andere wereld worden geboren…
Een elyzees veld heet hel te zijn, dit oord van onze extazen, waar we thans onder de zaligmakende wind van onze minnegoden als eolusharpen om elkaar weten te trillen …
XI
Een elyzees veld voor de zielerust van die verscheurde Orpheus en de zalvende hand van de hervonden Eurudike onder de pijnbomen van mijn lustwarande in poësis…
De geest van de verscheurde Orpheus waaiend boven de bespottingen en de moorddaden der Mainaden, o het wonder van de zingende geest in poësis…
En jij, o mijn stille orante ter vereeuwiging van al het wondere dat in het zwevende van mijn orphische genade opbloeit…
Jij, mijn lied ter minne en het biddend thema van dit lied… ‘k zoen je over
al de zeeën van je lichaam en ik zucht, ik je verscheurde Orpheus …
XII
Doch ‘k ben thans in licht herrezen en mijn al te werelds stol, in de tempel van de gaafste oranten geborgen, heb ik voor eeuwig om jou verlaten…
En thans genaak ik de cella van je waarste aanzijn in Minne, o mijn verre Eurudike !
‘k betreed ze als geruisloos en met al de ootmoedigheid van de ons zo dierbare stilte…
Ach die stilte boven de eolusharpen van ons weten, die stilte als van de bestendige ontginning der Minnegoden in de na-wereldse zang van ons zijn…
De stilte van de verzakende Minne in ons, en als de verre echo van die eindeloze zang, o jij, mijn zang… zonder eind… o goddelijke poësis in het goddelijke van ons zingend zijn…
en Eros – Thanatos…
Midzomer 1948.
Vergeten te worden
Geplaatst op: maart 9, 2011 Gearchiveerd onder: poëzie | Tags: Marc Eemans Laat een reactie achter »
Te laat…
de zee, de zee van stille ogen, de laatste hemel van een zeer ver doel, en in de
lijnen van verloren handen een weinig magie. Magie voor de eerste maal ontmoet
op een weg van lijn en woord, magie gebaard in nood en tot loutering opgeklaard.
Te laat…
alles is volbracht, en liefde van liefde tot jou.
I.
Licht van licht van zijn, tot ene grotere volmaaktheid, en begrip van een vrouw,
teken dat ik sedert altijd ben, en buiten het besef van mezelf, tot vergaanheid
toe.
II.
Lichaam gevild en aan flarden gescheurd, lang is het tot voedsel der hongerigen
geweest, offerande van zich zelf vermenigvuldigd… Nu weet ik niet meer
in welk lichaam ik heb geleefd : het is in je lichaam dat ik sterven zal.
III.
Je vlees plukken, het nutten en je alleen laten. Je zal je verlaten. Je zal heel alleen
zijn zonder je, en je lichaam achtervolgde je. Je had het gewogen maar te onein-
dig bevonden. Nog lichter zal je worden maar in je mond zou je vleklozer zijn.
Niemand zal antwoorden.
IV
Je zal altijd jonger zijn dan je, altijd vloeibaarder zijn dan je. Niemand zal er
zich over verwonderen, want overal zal ik je voorgegaan zijn.
V
Tot je gekomen… ik zal je dan verlaten in de top van je voeten. Je zal er altijd
neergehurkt blijven en de rode hemel in jou. Je bent de tijd waarin ik vervoegd
zal worden, ook het teken van een schaduw tot jou.
VI
Het late vuur zal me achtervolgen, het zal lot de menigte spreken. De VER-
laten muur zal zich verplaatsen, hij zal tot mij komen, Zal tussen mij en mijn
lichaam blijven dromen. Zo zal hij blijven zolang ik niet zijn zal en zal.
VII
Je profiel of je mond, je profiel is oneindig om je mond, het is het landschap
waarop de doden zullen sterven nadat het vlees vleselijk zal geworden zijn. Daar
kan je geen droom zijn van dromen, ook zal je niet leven. Je zal dan wenen.
VIII
Je zou bloeden, ik heb het kristal ontmoet en nog zie ik je bloed niet stromen.
En je kroonde je brood en ik ontving je glimlach. Morgen zal je doodgaan en
zal ik ook glimlachen… maar nooit zal ik in je geworden zijn.
IX
Ik pluk tranen in je mond, je hebt ze in stilte vermoord ; nou ben je slechts meer
de wind. Toch zal je me neerleggen, in je lijk, want ik wil je evennaaste worden.
Later, later zal je dan je extaze verlaten… na je oppervlakte voor eeuwig te
hebben begrensd, begrensd.
X
Je lichte lichaam is ontvlogen, ik houd het dicht in je toeë ogen, ogen die je
nimmer zal verlaten. En ogen slapen in zee, en handen varen op zee. Je kan de
zee versmaden. Handen raken je schouders en weten waar je dood beginnen
mag, en dan ook waar ze sterven zal …
Marc. Eemans
Hic et nunc
Geplaatst op: maart 9, 2011 Gearchiveerd onder: artikelen | Tags: Marc Eemans Laat een reactie achter »(Onuitgegeven, 1960.)
Il importe avant tout de dépasser l’homme, de l’élever à l’état de mystère. N’est-il d’ailleurs pas au plus profond de lui-même ce mystère sacré d’où peuvent à chaque instant, dès qu’il les appelle, surgir les dieux?
Pour se dépasser, il suffit à l’homme de savoir écouter les voix intérieures qui l’habitent et d’intérioriser le choeur sans cesse mouvant des voix du monde qui viennent à leur rencontre. Toutes choses se répondent, se font signe, et du fond des âges elles s’avancent sous la diaprure immuable des mythes: mythes des origines et mythes des infinies métamorphoses de l’Elre et de son néant, de sa déréliction, de sa terreur congénitale, mais aussi de ses cruautés, de ses joies, de ses pouvoirs et de toutes les ferveurs d’un monde en gésine de magie.
Au départ de ce Je qui est Autre, l’homme à son tour se fait mythe et il devient la splendeur de cette multitude dont il illumine l’effroi de son essentielle et combien tragique solitude.
Il s’applique à fuir la morne gratuité de son existence par trop quotidienne; en sa soif et en sa faim d’un sublime d’au-delà du monde, il pare celui-ci de toutes les vertus d’une surabondance de béatitudes et s’invente mille et une raisons de croire en lui-même. Ils se donne le Dieu caché pour Maître et se découvre l’amour afin de pouvoir peupler ses orgasmes de tous les dieux de sa procréation intérieure.
Il se fait tout soumission à la démesure de lui-même et en toute humilité il obéit aux lois et aux impératifs qu ‘il a su se reconnaître à travers la déraison de ses sens. Il connaît les extases de l’âme et se proclame immortel afin de vaincre cette mort du corps qui le guette et qui l’effraye; il se promet même un paradis pour la récompense posthume des vertus qu’il se plaît à s’attribuer et lui donne pour contre-partie un enfer en lequel il rejette tous ceux qui n’ont eu l’heur de le flatter ou de lui plaire.
La poésie du feu
Geplaatst op: februari 26, 2011 Gearchiveerd onder: artikelen | Tags: Marc Eemans Laat een reactie achter »
« In jeder ewe
Ist nur ein gott und einer nur künder »
STEFAN GEORGE
I. Si certains amis de la poésie s’appliquent à la faire sortir de l’ombre confuse où elle prit naissance, pour l’élever à la consience et la décrire à la lumière de la pensée discursive; d’autres, au contraire, la veulent restituer davantage aux ténèbres les plus propices aux révélations premières.
Pour les uns la poésie relève d’une quelconque préoccupation literéraire, tandis que pour les autres elle est expérience qui engage l’etre tout entier et l’entraîne dans les enchaînements de la Transcendance.
Lees de rest van dit artikel »
Figure symbolique
Geplaatst op: februari 21, 2011 Gearchiveerd onder: artikelen | Tags: Marc Eemans Laat een reactie achter »
Si à la faveur d’étranges et regrettables confusions la poésie n’est plus ce qu’elle était aux origines, la rélevelation d’une réalité supérieure et comme transcendante à l’homme, c’est aux errements de la pensée discursive, quant à la nature de la poésie, qu’il faut en attribuer la faute.
Mais si pour certains la poésie n’est plus que l’expression la plus individuelle de la plus individuelle des émotions, pour d’autres elle demeure toujours le témoignage d’une communion de l’homme avac tout ce qui représente le Réel. C’est ce qui a permis à l’essayiste Walter Linden d’écrire tout récemment encore que Dichtung ist Ausdruckgestaltung eines religiös-bestimmten gemeinschaft-erlebnisses (1). Et l’on peut dire que c’est en partant, consciemment ou non, de cette conception de la poésie que les plus grands parmi les poètes se sont élevés au-dessus de leur misèrable condition d’homme pour atteindre à ce que d’accuns appellent voyance.
Lees de rest van dit artikel »
Presentation de Soeur Hadewych
Geplaatst op: februari 21, 2011 Gearchiveerd onder: artikelen | Tags: Hadewych, Marc Eemans Laat een reactie achter »
Grande est la signification de Soeur Hadewych dans l’histoire de la spiritualité flamande, ear pars es oeuvres ellen e se trouve pas seulement à l’origine d’une littérature, mais ausse dúne mystique qui devait jour en rôle prépondérant dans la réalité dus mysticisme occidental.
En dehors des frontièrs thioises l’oeuvre de Hadewych est actuellement pour ainsi dire totalement ignorée, et c’est à peine si on la cite dans quelques ouvrages généraux consacrés au mysticisme flamand. Soeur Hadewych ne manque pourtant guère d’exégètes et d’apologistes en terre flamande, et parmi ceux-ci nous citerons tout particulièrement le R.P. van Mierlo, S.J. qui lui a consacré une très importante étude dans la Revue d’Ascétique et de Mystique (juillet et octobre 1924). En attendant que des ouvrages plus complets lui soient consacrés en langue française, nous ne pouvons que renvoyer nos lecteurs à cette étude, où ils troueveront une esquisse complète de l’état présent des connaissances hadewyguiennes. Lees de rest van dit artikel »
Maitre Eckehart et la mystique Néerlandaise
Geplaatst op: februari 19, 2011 Gearchiveerd onder: artikelen | Tags: Marc Eemans Laat een reactie achter »
Si l’on en juge par les nombreux témoignages parvenus jusqu’à nous, les doctrines de Maitre Eckehart ont eu une grande répercussion dans les Pays-Bas. Cette influence s’expliquera notamment par le fait que ces contrées ont entretenu durant tout le moyen âge un commerce spirituel des plus intense avec Cologne et les provinces rhénanes.
Cependant, si l’histoire du mysticisme occidental nous apprend que les mystiques néerlandais ont fréquenté les foyers spirituels de la Rhénanie, il est certain, d’autre part, que les mystiques allemands sont venus de leur côté s’initier aux sources de la spiritualité néerlandaise. Mais si les voyages d’un Tauler ou d’un Suso en Néerlande sont chose généralement admise, l’influence de la mystique néerlandaise du XIIIe siècle sur un maître Eckehart, par exemple, semble encore relever du domaine des thèses hardies et peu défendables.
Lees de rest van dit artikel »



